Friese nummerbewijzen

Gegevens over in Friesland tussen 1-1-1906 en 31-12-1950 uitgereikte nummerbewijzen (kentekens) voor auto's en motorfietsen.
(Sinds 13 mei 2008 met de gegevens van alle 41.217 uitgereikte nummers)


Voormalig Statenlid was in Friesland de eerste chauffeur

In 1900 bestuurde J.J. Krol te Harlingen voor 25 cent per uur de Dion Bouton van een boterhandelaar

Uit de Leeuwarder Courant van 12 maart 1951

Bejaarde mensen praten graag over “vroeger”. Al die oude geschiedenissen zijn meestal niet erg in trek bij de jeugd, want ze ruiken vaak naar kamfer en zijn op geen stukken na zo spannend als het verhaal van Manus Oly.
We verwachten echter, dat de montere, zeventigjarige heer J.J. Krol te Harlingen, bij het ophalen van zijn herinneringen niet over belangstelling van de kant van zijn jeugdige nakomelingen te klagen zal hebben, want hij is in Friesland de eerste man geweest, die een auto bestuurde en de avonturen die hij als chauffeur anno 1900 beleefde, kunnen zich meten met de belevenissen van de heer Pimpelmans uit het bekende beeldverhaal!

De heer Krol, die jarenlang een bekend Statenlid en wethouder van sociale zaken te Harlingen is geweest, is, als oudste zoon van een smid, geboren te Harlingen. In zijn geboortestad genoot hij al gauw enige bekendheid, omdat hij zich in het rijwielherstellen had gespecialiseerd, waarvoor hij een cursus van twee weken in Amsterdam had gevolgd. Heel veel mensen uit Harlingen en omgeving hebben van hem het fietsen geleerd!
Aan deze bekendheid had hij het te danken, dat op een voorjaarsdag in het jaar 1900 een zekere meneer Harmens, een welgestelde boterhandelaar, hem op kwam zoeken met de vraag of hij er soms voor voelde om tegen een salaris van 25 cent per uur chauffeur te worden van zijn automobiel, een nieuwe Dion Bouton, die hij juist (voor 3600 gulden) gekocht had te Parijs. Voor een korte opleiding tot monteur zou hij dan een tijdje te Parijs moeten verblijven.
Dat was een wonderlijke vraag voor die dagen. Krol wist eerst niet eens wat een chauffeur eigenlijk was! Maar voor het besturen van een auto voelde hij wel iets, hoewel hij bezwaar maakte tegen die reis naar Frankrijk: hij kende geen woord Frans. Uiteindelijk kwamen ze overeen, dat hij enige kennis omtrent automobielen op zou doen te Nijmegen, waar de firma W.J. Stokvis de Dion Bouton importeerde. Het wagentje van de heer Harmens zou daar tot zijn beschikking zijn.

Het begon met een waterballet
Toen Krol een goede week in Nijmegen zat, kwam de heer Harmens eens overwaaien om te zien of zijn toekomstige chauffeur al vorderingen maakte. Was hij nou maar thuis gebleven, want zijn bezoek werd de aanleiding tot een klein drama!
Tijdens een ritje door de Gelderse dreven vroeg de heer Harmens aan Krol: “Mag ik het nu ook eens proberen?” Dat mocht en een tijdlang ging alles best, maar te Arnhem, op de hoge
Rijnoever, waar de bootjes voor de Westerbouwing altijd liggen, daar gebeurde het. De auto maakte een rare “gisel” en duikelde van grote hoogte de Rijnhaven in met Krol alleen nog als
Passagier. De heer Harmens en een monteur uit Nijmegen sprongen er uit, maar ze rolden evengoed het water in. Krol dook een heel eind van de oever weer op.
De wagen kon weer opgekalefaterd worden en kwam nu in Harlingen terecht, waar hij een ongelooflijke opschudding verwekte. In de dagbladen had men wel eens wat over automobielen gelezen en zich dan verbaasd over fantastische snelheden van wel vijf en veertig kilometer per uur, als zo’n ding de wind in de rug had, maar er was in Friesland nog nooit een te zien geweest.
De reacties waren verschillend. Er waren mensen die het enthousiasme van de heer Harmens deelden, maar het grootst in aantal waren toch zij, die het knetterende voertuig zagen als een verschrikkelijke aanslag op de moderne beschaving.
Nu maakte de Dion Bouton het daar ook wel naar!

Ieder paard ging aan de haal
De paarden vooral hadden van het daverende en knallende vehikel niet terug en sloegen practisch zonder uitzondering op hol.
Soms maakten Harmens en Krol een rijtoer op Zondagochtend en kwamen dan veel boeren tegen, die met hun gezinnen ter kerke reden. Wanneer de landbouwers het lawaai in de verte hoorden naderen, stapten ze met de hele familie uit het rijtuig, spanden het paard uit en lieten het los in een weiland. Woedend wachtten ze dan tot het snelheidsmonster gepasseerd was.
Afgezien van de opschudding die de Dion Bouton allerwegen verwekte, gebeurden er toch geen ongelukken met rampzalige afloop. Bij Arum sloeg de auto op een dag over de kop en twee fietsers kwamen daardoor in een sloot terecht, maar niemand liep verwondingen op.
De banden van de Dion Bouton moesten een spanning hebben van vier tot vijf atmosfeer – om die druk er in te krijgen beschikte men alleen maar over een voetpomp – en het gebeurde op de veelal in slechte conditie verkerende en met scherpe steenslag bedekte wegen dikwijls, dat die spanning terug liep tot nul… Met lekke banden had Krol heel veel te kampen
Een vreemd geval maakte hij mee te Beetgum, waar weer eens een paard op hol geslagen was en een dichte menigte Beetgumers zich rond de automobiel verzameld had. Men was niet
karig met verwensingen en een oude boer luchtte zijn haat tegen de voortschrijding der techniek met de krasse woorden: “Dy smoarrige, satanske dingen moatte fordwine yn de hel!” Direct daarop sloeg met een daverende knal één van de banden lek! “Dêr giet er al hinne”, zei iemand.

De rode vlag
En dan die pleziertocht naar België! De eerste band knalde te Leeuwarden, de tweede te Heerenveen en nummer drie te Wolvega. De regen viel bij stromen neer en de lucht zat vol onweer. De passagiers vertelden Krol, dat ze het raadzamer vonden de reis maar per trein voort te zetten. Ze zagen hem dan wel verschijnen met de auto…
Krol plakte de band en vervolgde de pleziertocht in z’n eentje. Ook na Wolvega was het regen en bliksemstralen wat de klok sloeg en hij besloot de nacht door te brengen in een kleine stad, die opdoemde in de regen. Plotseling stond er aan de kant van de weg een politieman met de hand omhoog: “U mag alleen doorrijden wanneer er iemand voor uw automobiel uitloopt met een rode vlag!”
Krol hoorde het in Keulen donderen en protesteerde: “Maar ik hèb geen rode vlag!” “Dan zal ik er wel even met de commissaris over praten”, antwoordde de agent, die zijn reglement goed kende, want daarin stond inderdaad, dat een “mechanisch voortgedreven voertuig” voorafgegaan moest worden door een persoon met een rode vlag!
Even later keerde hij terug en verzocht Krol langzaam achter hem aan te rijden naar het hotel, waar hij wenste te overnachten. Daar deelde hij mee dat de commissaris Krol toestemming gaf de volgende ochtend heel vroeg en dan in alle stilte te vertrekken.
Met dat “in alle stilte”, trouwens met al de rare avonturen, die hij met de Dion Bouton van de heer Harmens beleefde, vermaakt de heer Krol zich vandaag aan de dag nog!
Ook verheugt het hem nog altijd, dat zijn wagentje altijd net even harder kon rijden dan de stoomtram van Harlingen naar Bolsward. Voor de machinist van die tram was dat een hard gelag.

Bij de foto: Dit is de eerste automobiel die in Friesland reed: een Dion Bouton met een ééncylindermotor van 5 ½  pk, geplaatst tussen de achterwielen. Men stuurde de wagen met een kruk en moest twee keer schakelen om op snelheid te komen. Rechts chauffeur Krol.

Klik hier voor inschrijving van de heer Harmens in het register vr 1906.

Zoek in de nummerbewijzen
Familie- of firmanaam:

plaats (klik hier voor een lijst):

vanaf kenteken (alléén cijfers invullen):
B-

  uitgebreid zoeken

Creative Commons License
Mits niet anders vermeld valt de inhoud van deze pagina onder een Creative Commons Licentie.