Friese nummerbewijzen

Gegevens over in Friesland tussen 1-1-1906 en 31-12-1950 uitgereikte nummerbewijzen (kentekens) voor auto's en motorfietsen.
(Sinds 13 mei 2008 met de gegevens van alle 41.217 uitgereikte nummers)


LEEUWARDEN — Die politie-dienaren hebben wat met die motorwagens! Daar moet het gemeentebestuur wel van doordrongen zijn geweest in 1900, nu precies driekwart eeuw geleden. Er moesten regels komen om het berijden van de openbare wegen binnen deze gemeenten met door mechanische kracht voortbewogen vervoermiddelen in goede banen te leiden. Er werd een wachterdichte verordening uitgedokterd, die op 26 juni 1900 door de Leeuwarder raad werd vastgesteld. Compleet met een maximum-snelheid: niet harder dan acht kilometer per uur en wie zich daar niet aan hield zou onverbiddelijk een bon krijgen.

Je kon natuurlijk niet van de ene dag op de andere maatregelen nemen zonder die bekend te maken. Een verordening kun je nog wel openbaar maken binnen de eigen gemeente, maar er konden ook snelheidsduivels de stad binnenrijden via de Schrans of de Stienserdijk of de Groningerstraatweg. Daarom werden 75 jaar geleden grote borden bij de invalswegen gezet, met daarop in rode en zwarte letters “Binnen de gemeente Leeuwarden mag de snelheid van motorwagens nergens meer bedragen dan 8 kilometer." Achttien jaar geleden kwam er bij toeval nog zon bord te voorschijn, het diende als vloertje als in de als pakhuis gebruikte oude brugwachterswoning bij de Verwerversbrug (Kippeloop). De motorwagens mochten niet zomaar op de weg: ze moesten „ter wederzijden van het vervoermiddel tusschen zonsondergang en zonsopgang een helder licht gevende lantaarn" voeren. Er moest ook een rem zijn, althans ..een inrichting, waardoor het, zoo noodig, elk oogenblik binnen een afstand van tien meter van volle vaart tot stilstand kan worden gebracht". We weten dus, dat was ook in de verordening opgenomen dat „volle vaart" niet meer dan acht kilometer per uur mocht bedragen. Tenslotte moesten de motorwagens een bel of hoorn hebben waarmee „een tot op een afstand van honderd meter goed hoorbaar geluidssignaal" kon worden gegeven. De verordening waarvan de naleving moest worden gecontroleerd door de politie-dienaren, de directeur, de hoofdopzichter en de opzichters van gemeentewerken benevens de brugwachters, regelde het berijden van de openbare wegen en merkwaardigerwijs werd ook nog even vastgelegd, wat men daaronder diende te verstaan: „alle voor ieder toegankelijke wegen, straten, bruggen, trottoirs, stegen, pleinen, wallen, wandelplaatsen, plantsoenen, open plaatsen of sloppen binnen de gemeente".

Bij het ontmoeten of inhalen van paarden moesten de bestuurders van de motorwagens snelheid verminderen of stoppen, wanneer zij merken dat de dieren onrustig werden of wanneer de geleiders van de dieren een tekentje gaven. En, natuurlijk, bij het achteroprijden van rijtuigen, bij het naderen van „kruis-overwegen", bij bochten en bij bruggen moesten zij „tijdig met de bel of met den hoorn" een duidelijk signaal geven. Het Leeuwarder verkeer werd goed geregeld, 75 jaar geleden, maar wat hadden die politie-dienaren wat!

Bron: Leeuwarder Courant, 28-7-1975

Zoek in de nummerbewijzen
Familie- of firmanaam:

plaats (klik hier voor een lijst):

vanaf kenteken (alléén cijfers invullen):
B-

  uitgebreid zoeken

Creative Commons License
Mits niet anders vermeld valt de inhoud van deze pagina onder een Creative Commons Licentie.