Friese nummerbewijzen

Gegevens over in Friesland tussen 1-1-1906 en 31-12-1950 uitgereikte nummerbewijzen (kentekens) voor auto's en motorfietsen.
(Sinds 13 mei 2008 met de gegevens van alle 41.217 uitgereikte nummers)


B-1955

  • G. Oord, Rottum, gemeente Schoterland. (Afgegeven tussen 1 april 1917 en 1 april 1919.)
  • Gerrit Oord, Oranjewoud, gemeente Schoterland. Afgegeven: 14-3-1929 (Duplicaat)

Een auto tusschen Terschelling en Friesland door het ijs gezakt.


Van drie inzittenden twee gered en één verdronken.


Heerenveen, 4 maart. Groote opschudding veroorzaakte hier gisternamiddag het radiobericht, dat een auto uit Heerenveen op de Wadden door ’t ijs was gezakt, waarbij één der drie inzittenden was verdronken. Omdat bij dit eerste bericht geen bijzonderheden en geen namen werden meegedeeld, ging men hier een onderzoek instellen bij verschillende autobezitters, die heden waren uitgereden en van wie eenigszins verondersteld kon worden, dat zij misschien dezen tocht hadden ondernomen.
Later brachten de nadere berichten meer bijzonderheden. Het ongeluk bleek te zijn geschied met een Ford-auto, toebehoorende aan den rijwielhandelaar G. Oord uit Oranjewoud, die de auto had afgestaan aan een drietal jongemannen voor een tocht naar St. Anna Parochie, welke plaats zij als doel van hun reis opgaven. De drie jongemannen waren de 24-jarige J. Thomas, monteur bij de firma Jager en Wierda alhier, de 26-jarige G. Spanjer, opzichter bij de Ned. Heide Mij. alhier, en de 24-jarige Evert Bakker, onderwijzer aan de bijz. school te Oudeschoot.
Van dit drietal is Bakker met de auto in de diepte verdwenen en verdronken.
Gisteravond om 8 uur kwamen de beide anderen met den trein uit Leeuwarden alhier aan, zooals te begrijpen is, nog volslagen onder den indruk van het noodlottig gebeuren, dat zij mee doorgemaakt hebben.

Verhaal van opzichter Spanjer
Evert BakkerHedenmorgen hebben wij één van hen, nl. den opzichter Spanjer, eenige oogenblikken gesproken en van hem hoorden we de tragische bijzonderheden over dezen bijzonderen tocht, die zoo opgewekt begon en aanvankelijk zoo goed verliep, maar zoo droevig is geëindigd.
Spanjer en Bakker zijn beiden van Terschelling afkomstig, de eerste van Hoorn, waar zijn ouders wonen, de tweede van Oosterend, de woonplaats van zijn moeder, een weduwe.
Nu was zaterdag een jongere broer van Spanjer per fiets van Terschelling naar de Friesche kust gereden en daarna doorgegaan naar zijn broer te Heerenveen. Waar het ijs over de Wadden volgens hem buitengewoon goed vertrouwd was, kwam bij zijn broer het denkbeeld op om des zondags per auto naar Terschelling te rijden. De jongere broer zou aldus teruggebracht worden, de oudere Spanjer zou aan zijn ouders een bezoek brengen en Thomas, die met Spanjer in één kosthuis verblijf houdt, zou als vriend den tocht meemaken.
Zaterdagavond troffen ze in de leeszaal den onderwijzer Bakker en dezen werd aangeboden om mee te rijden. Bakker greep deze gelegenheid om zijn moeder, aan wie hij erg hing, te bezoeken met beide handen aan en zoo reed men zondagochtend om zeven uur welgemoed uit Heerenveen.
Bij de Friesche kust gekomen werd eerst terdege geïnformeerd of het vertrouwd zou zijn om den tocht te ondernemen. Het was druk op den ijsweg over de Wadden, loopende van Zwarte Haan in het Bildt naar Oosterend op Terschelling. Fietsers en voetgangers bewogen zich heen en terug naar het eiland en allen verzekerden, dat het ijs zeer sterk en vertrouwd was. Waarom zouden ze dan den tocht niet wagen?
Zoo werd dus de reis ondernomen en ’t ging op de heenreis ook werkelijk goed. De tocht had een vlot verloop. Het ijs was goed en er was maar één scheur in van misschien een decimeter breedte, dien ze reeds gepasseerd waren toen ze hem zagen. En bij de scheur was het ijs ook nog 30 à 40 cm dik.
Intusschen scheen men op Terschelling reeds van hun tocht te hebben gehoord. Want bij hun aankomst kwam de politie op hen toe met het verzoek of ze even bij den burgemeester konden komen. Ze hebben terstond aan dat verzoek voldaan en de burgemeester heeft hun verschillende bijzonderheden over den tocht gevraagd om een oorkonde te doen opmaken van het bijzondere feit, dat op 3 maart 1929 een auto over het ijs der Wadden een bezoek aan het eiland had gebracht.

De terugtocht
Na het bezoek aan de familieleden van de tochtgenooten maakte men zich weer gereed voor den terugtocht. Waar op de heenreis de auto met vier man was bezet geweest, zou de terugreis met drie man nu zeker geen gevaar meer opleveren, dachten ze. Ze hebben althans geen oogenblik gedacht, dat het ijs niet meer vertrouwd zou zijn.
Toch waren er een paar omstandigheden, die tot voorzichtigheid maanden. Om drie uur zou ‘t hoog water zijn en de wind was west geworden. Men vertrok daarom niet laat en was om 12 uur al weer op het ijs.
Voor alle zekerheid hadden ze een paar plankjes meegenomen, voor ’t geval de scheur, dien ze op den heenreis hadden ontdekt, misschien breeder mocht zijn geworden. Ze zouden dan over die plankjes kunnen rijden.
Om half één gebeurde het noodlottige. De grootste helft van den tocht was reeds achter den rug en ze waren dichtbij den scheur gekomen. Opeens zakte het linker voorwiel door het ijs en direct daarop ook het linker achterwiel. Daarna schoot de auto ineens geheel door het ijs en ging daarbij schuins voorover staan, met den motor naar beneden.
Dit gebeurde in een minimum van tijd. Thomas chauffeerde, terwijl de beide anderen achterin zaten. Het water drong reeds den wagen binnen, doch nog niet snel, omdat alles gesloten was. Maar snel opende Thomas het portier en ’t gelukte hem eruit te komen. Meteen gulpte nu het water krachtig de auto binnen, die blijkbaar dieper zonk. Thomas werkte er zich bovenop en trapte de achterruit in, maar door deze bewegingen schokte de wagen nog weer dieper naar onderen.
“Wat er toen gebeurd is”, aldus zei de heer Spanjer, nog diep onder den indruk, “weet ik niet. Ik ben eruit gekomen, maar op welke wijze is mij een raadsel. Ik ben ergens doorgekropen en toen omhoog geschoten, maar hoe dat precies gebeurd is, zou ik niet kunnen zeggen. Wel kan ik mij nog heel goed herinneren, dat wij samen door het binnendringende water tegen de achterruit werden gedrukt.
Toen ik eruit kwam bevond zich boven de auto ongeveer anderhalve meter water.
Thomas heeft dadelijk nog enige malen moeite gedaan om onzen kameraad Bakker te redden. Er was terstond veel volk aanwezig en aan een lijn gebonden, is Thomas nog eenige keeren gedoken.
Eenmaal meende hij hem vast te hebben, maar wat hij toen boven bracht, was slechts de helft van zijn eigen jas, die nog in de auto was achtergebleven.
Toen was Thomas óp; hij kon niet meer.
We zijn tenslotte, nadat het gebleken was, dat Bakker niet meer te redden was, met zijn tweeën naar de kust geloopen.
Thomas, die er slechter aan toe was dan ik, omdat hij nog verschillende malen in het koude water was geweest, kon den terugtocht bijna niet volbrengen. Een paar maal is hij gevallen, en hij wilde maar steeds ergens gaan liggen. Ik heb hem mijn loden overjas over het hoofd geslagen en zoo behield hij nog eenigszins zijn warmte, terwijl ik zelf van iemand, die per fiets ons achterop reed, een das leende.
Zoo kwamen we omstreeks drie uur aan de kust te Zwarte Haan aan. We waren niet meer in staat zelf bij de hoogte op te klimmen. Men heeft ons van het ijs gedragen.”
Over de ontvangst te Zwarte Haan hebben Spanjer en Thomas woorden van grooten lof. Bij de familie B.v.d. Zee aldaar was alles klaargelegd voor een goede verzorging. De bedden waren gereed en van warme kruiken voorzien, droge kleeding was eveneens ter beschikking. Trouwens, door alle kustbewoners werd het tweetal met buitengewone hartelijkheid geholpen.
De burgemeester was spoedig aanwezig, en de geneesheer dokter Kliphuis heeft de jongemannen zoodra mogelijk onderzocht. Op diens last werden ze te bed gebracht, terwijl de dokter hen zooveel mogelijk kalmeerde.
Vooral Spanjer’s zenuwen waren zeer van streek.
Nadat de patiënten een paar uur te bed hadden gelegen, werden zij verder per auto naar Leeuwarden vervoerd, waar zij vervolgens overstapten in den trein naar Heerenveen.
Oogenschijnlijk zal het ongeval voor hen geen nadeelige gevolgen hebben. Wel hebben beiden verschillende schrammen opgeloopen, maar van veel beteekenis zijn die niet.
Het komt hen nog als een raadsel voor, hoe het ongeluk heeft kunnen geschieden, want ter plaatse, waar de auto wegzonk, was het ijs nog buitengewoon dik.
Een tragische bijzonderheid is, dat de weduwe Bakker, die thans haar zoon Evert heeft moeten verliezen, ook reeds vier andere kinderen door den dood heeft verloren.


Verhaal van een ooggetuige
Een Leeuwarder, die het ongeluk voor zijn oogen heeft zien gebeuren, vertelde ons het volgende:
“Ik was gistermorgen om half zeven al uit Leeuwarden vertrokken en arriveerde omstr. 8 uur te Zwarte Haan, waar ik met een paar kennissen per fiets overstak naar Terschelling. We vonden den weg heel gemakkelijk, het pas was net zoo duidelijk zichtbaar als liep er een grindweg over het ijs. Een prachtig gezicht was het, de lage zon scheen over de sneeuwvelden en deed alles schitteren. Het was een heerlijke tocht. Alleen jammer dat de weg niet meer vlak was. Hier en daar zaten leelijke ijsschotsen opgestapeld. Ik heb een paar keer een flinke buiteling gemaakt.
Wij deden over den afstand naar het eiland bijna twee uren. Ongeveer 10 uur arriveerden we. Ik ging in Hoorn een paar kennissen bezoeken, terwijl de anderen zich naar Oosterend begaven.
Tegelijk met ons kwam ook een auto op het eiland aan. Daar zaten behalve de chauffeur, twee jongens uit Hoorn in. Ik kende ze wel van vroeger, ofschoon ze nu beiden het eiland hadden verlaten en een werkkring in Heerenveen hadden. De één was Spanjer, die werkzaam is op het kantoor der Heidemaatschappij te Heerenveen. De ander, Bakker, is daar onderwijzer. Dan nog was er de chauffeur, J. Thomas, uit Heerenveen. De beide jongemannen hadden hun ouders in Hoorn willen verrassen en hadden daarom een auto genomen. Spanjers moeder was bovendien jarig. Dat de oude luidjes in hun nopjes waren over dat onverwachte bezoek, is te begrijpen.
Om 12 uur zijn wij weer vertrokken. We hadden het voor den wind, maar de lucht was heelemaal gaan betrekken en ik dacht bij mezelf: ‘k zal blij wezen als ik den vasten grond weer onder de voeten heb.
We waren zoowat halverwege, toen ook de auto uit Heerenveen ons weer voorbijstoof. De heeren hadden de vaart erin, zoodat ik dacht: hoe zal dat gaan! Want voor een fietser was het wel vertrouwd, maar met een auto heeft het, met dat veel zwaardere gewicht en het schokken, vrij wat meer te houden. Terwijl bovendien evenwijdig aan de kust, halverwege tusschen het vasteland en het eiland, een scheur door het ijs heen zat van wel 30 cm breed. We volgden met de oogen de auto, die ons al gauw een eind vooruit was. Toen …… plotseling zag ik haar half verdwijnen. Op 3 à 400 meter voor ons zakte de wagen door het ijs.
Op die hoogte waren een paar fietsers die onmiddellijk toeschoten. Toen wij op de plaats kwamen, waren Spanjer en de chauffeur al uit de auto. Of ze daarvoor hulp hebben gehad, of dat ze zich zelf gered hebben, weet ik niet. De auto hadden wij al naar de diepte zien gaan. Bakker heeft geen tijd meer gehad zich te redden. Het gat was juist boven de geul en ’t is daar zeer diep.
Het was een ontzettend gezicht, den wagen daar in het zwarte, borrelende water te zien wegzinken.
Spanjer en de chauffeur waren erg overstuur. Ze konden geen woord zeggen en Thomas ook haast niet loopen. Een paar van de aanwezige fietsers gaven de verkleumden jassen en toen ging het op Zwate Haan af. Daar moesten de beide jongens tegen de hoogte opgedragen worden. In de herberg te Zwarte Haan zijn ze verzorgd en van droge kleeren voorzien.
Te Zwarte Haan stonden honderden Terschellingers. Zij hadden al van ’t ongeluk gehoord en wisten niet hoe ze zouden. Velen durfden den overtocht niet meer wagen en praatten erover om naar Harlingen te gaan en daar de boot af te wachten. Er was ook een vrouw met een paar kleine kinderen, die me schreiend vroeg hoe dat nou moest. Ik zei haar, dat het per fiets wel vertrouwd was en dat ze zorgvuldig den weg moest houden. Het gat rechts, waar de auto was doorgezakt, was met stokjes en witte vlaggen afgebakend. Verscheidenen hebben het er toen maar op gewaagd.
Zelf was ik om kwart over vier thuis. En ik ben nog onder den indruk van het verschrikkelijke gezicht van die wegzinkende auto. ’t Is natuurlijk een historische gebeurtenis, zoo’n fietstocht naar Terschelling, en ik ben blij dat ik het gedaan heb, maar een tweeden keer doe ik het niet!”

(fotonr: 2615. Bron: Nieuwsblad van Friesland, dinsdagavond 5 maart 1929)

trefwoorden bij foto 2615 toevoegen

Op 24 maart werd de auto met het stoffelijk overschot van Evert Bakker door schipper Lettinga gelicht en met zijn vissersboot Terschelling 37 naar het eiland gebracht, waar hij de volgende dag aankwam. Dezelfde dag werd ook de overlijdensakte bij het gemeentehuis opgemaakt.

(fotonr: 2616. Bron: Nieuwsblad van Friesland)

trefwoorden bij foto 2616 toevoegen


Zie ook de verhalen en foto's bij B-6500, B-9023 en B-11050.

(02-03-2009)


Op 3 maart 2009 werd op Omrop Fryslân een vraaggesprek met Wybe Groeneveld uitgezonden, dat gemaakt was in 1987. Hij vertelt hierin over zijn tocht over het ijs naar Terschelling en over het hierboven gemelde ongeluk waarbij Evert Bakker omkwam.
Klik hier om het vraaggesprek te beluisteren.

(03-03-2009)


G. Spanjer was Gaauwe Spanjer (geboren op 23 augustus 1902, overleden op 7 oktober 1983 te Zwolle); deze Gaauwe Spanjer was zoals bekend opzichter bij de Nederlandse Heidemij. In die functie kwam hij begin 1932 in conflict met arbeiders in de werkverschaffing te Hoornsterzwaag. Voor het geweld dat de arbeiders gebruikten moesten ze later terechtstaan.

Zijn jongere broer was Tjeerd Spanjer (geb. 30 januari 1914, overleden 14 oktober 1999). Op het moment dat hij de fietstocht maakte was hij dus 15 jaar!

J. Thomas is Jurjen Thomas geweest (geb. 10 mei 1904 te Hoogeveen). In mei 1927 werd hij in het bevolkingsregister van Haskerland (Nijehaske) ingeschreven. Hij was in de kost bij Auke van der Laan, die aan de Heerenwal 212 in Heerenveen woonde. Op 11 juli 1931 werd hij uitgeschreven uit de gemeente en vertrok volgens opgave naar Alphen aan de Rijn.

(06-03-2009)


  • Heeft u een foto van de auto of motorfiets met het bovenstaande nummer dan kunt u die (gescand op 300 dpi) als bijlage bij een email sturen aan de webmaster. Bij voorkeur worden foto's met een leesbaar kenteken op de site geplaatst. Wilt u er wel bij aangeven hoe u aan de foto gekomen bent (familiebezit, uit een boek, internet). Extra informatie, gegevens van het voertuig, namen van de afgebeelde personen, anekdotes, en alles wat verder als bijschrift bij de foto gebruikt kan worden kunt u met de foto meesturen.
  • Heeft u geen foto, maar meer gegevens over de houder(s) van dit nummerbewijs of over hun voertuigen, dan kunt u onderstaand formulier invullen. Hier kunt u ook commentaar op de foto's geven (graag met vermelding van het nummer van de foto). Uw commentaar wordt na goedkeuring van een medewerker van Tresoar op de website geplaatst en kan dan ook door andere bezoekers worden gelezen.
    Indien u de twee onderstaande hokjes aanvinkt wordt uw naam en/of email adres bij uw commentaar geplaatst. Mocht u dit niet wensen zorg er dan voor dat het desbetreffende hokje niet aangevinkt is.
  • Overige reacties op deze website kunt u sturen aan de webmaster.

Commentaar op kentekens

Naam:

Woonplaats:
E-Mailadres:
Toon uw naam bij uw commentaar
Toon uw e-mail bij uw commentaar
Commentaar (max. 1.000 karakters)
karakters over

Zoek in de nummerbewijzen
Familie- of firmanaam:

plaats (klik hier voor een lijst):

vanaf kenteken (alléén cijfers invullen):
B-

  uitgebreid zoeken

Creative Commons License
Mits niet anders vermeld valt de inhoud van deze pagina onder een Creative Commons Licentie.